Roepingenzondag

Regelmatig krijgen wij de vraag: ‘wat gebeurt er als een meisje intreedt, welke kledij mag ze dragen, wanneer krijgen jullie een nieuwe naam …?’ Op enkele van deze vragen proberen wij hier een antwoord te geven.

Een meisje dat in onze gemeenschap binnen komt is eerst gedurende één jaar postulante. De postulaatstijd heeft een goede wederzijdse kennismaking tot doel: het meisje maakt kennis met de zusters, het apostolaat en het religieuze leven. De zustergemeenschap van haar kant, leert de jongere van naderbij kennen. Een postulante zal God bidden om raad en vragen om haar te bevestigen in haar roeping. Zij blijft in sobere, wereldlijke kleding.

Het noviciaat, waarmee het leven in de congregatie ‘echt’ begint, heeft tot doel om het religieuze leven met zijn drie geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid (dieper) te beleven. De novice zal haar meer en meer inleven in de zustergemeenschap, waar zij door God geroepen werd. Het noviciaat duurt twee jaar.

Tijdens het postulaat en noviciaat volgt de kandidate de verschillende gebedsmomenten (gemeenschappelijk en persoonlijk) van de zusters. Ze krijgt vorming (bijbelstudie, inleiding op het gebed, betekenis van de geloften, spiritualiteit …) en een taak binnen het apostolaatswerk.

Na het noviciaat mag een kandidate haar tijdelijke geloften afleggen voor drie jaar. Een zuster met tijdelijke geloften is onderweg naar haar levensprofessie. Bij de eerste professie ontvangt de zuster een nieuwe naam, het religieus kleed, de sluier, het kruisje en de zilveren ring van de congregatie.

Bij de professie voor het leven ontvangt de zuster een gouden ring. Met Gods genade zal zij Jezus volgen ‘waarheen Hij ook gaat’ en dit voor altijd.

De liefde brengt de zuster tot de gelofte. Niet aan een mens belooft ze iets, maar aan God. De Heer aanvaardt haar. Zij behoort Hem toe en weet nu “dat ze in het huis van de Vader moet zijn” (vgl. Lc. 2,49). 


Lees verder "Lisa aan het woord"